De Paap; globetrotter en groene guit

De avonturen van een bosbouwkundig milieukundige uit Amersfoort. Na een jaar in Senegal voor de UNDP gewerkt te hebben, probeert hij de draad weer op te pikken. Veel vallen en opstaan is het gevolg; in deze blog vertel ik over mijn belevenissen en reintegratie in het Nederlandse.

Friday, February 10, 2006

Vanuit een sterk opwarmend Mali

Groeten uit Timboektoe. Nou ja, bijna dan. Bamako.. Timboektoe ligt nog een paar honderd kilometertjes verder. Ik ben hier op bezoek bij ons landenbureau aldaar om mee te helpen in de organisatie van een start atelier voor hun project. Ik heb ze dan eindelijk zover gekregen om de boel door te zetten, ons van de juiste documenten te voorzien en de planning op de rails te zetten. En voila het resultaat : een start conferentie, waar de planning wat meer naar voren gebracht gaat worden. En uiteraard heb ik mezelf ook weer een rol toebedeeld: ik mag weer eens gaan presenteren. En iedereen die me een beetje beter kent weet dan meteen hoe ik me nu voel. Ik weet niet hoe ik me elke keer weer in deze situatie weet te duwen: iets doen waar ik een absolute hekel aan heb, zoals presenteren. En dan ook nog in dat rottige frans. Nou ja, het hoort erbij en inmiddels kan ik me aardig redden in het frans, dus het zal wel loslopen.

Wat valt er dan allemaal te doen tijdens zo’n bezoek? Omdat ik nu niet alleen meer verantwoordelijk ben voor de zelf-evaluaties van de capaciteits behoefte voor het uitvoeren van de internationale milieuconvenanten (NCSA), maar ook voor de Tweede Nationale Rapportage voor de Klimaatconventie en de Nationale Actie Plannen voor Aanpassing aan klimaatverandering, zijn er nogal wat werkgroepen en hoge piefen die bezocht moeten worden om ze op de hoogte te brengen van de laatste stand van zaken en ook om zelf voorgelicht te worden over hoe het gaat en waar men mee bezig is. Dat heb ik dus woensdag en vandaag gedaan : bezoekjes aan overheidsfunctionarissen en projectcoordinatoren. Gelukkig is men hier in Mali sterk begaan met het milieu, zeker gezien de negatieve invloeden van klimaatverandering op de omgeving hier, dus dat maakt deze gesprekken meestal interessant. En ik heb wel een idee dat de Maliers een vriendelijk en uitbundig volk is (hoewel bestaand uit vele etnies), dus dat maakt de ontmoetingen des te leuker.
Maar dinsdag was nog wel de leukste dag : ik ben op stap geweest om een lokaal project te bezoeken. Het global environment facility GEF, de overkoepelende instantie die zorgt voor financiering van de uitvoering van internationale milieuconvenanten in de landen die zelf de middelen daarvoor niet hebben, heeft ook een project wat Small Grants Programme heet: een programma wat zorgt voor de financiering van kleine door NGO uitgevoerde projecten. En ik heb een babbeltje mogen maken met de programma manager over zijn werk, waarna we naar een plaatsje op 50 km van Bamako zijn gereden. In het plaatsje Siby verzamelen vrouwen ‘s morgens vroeg de noten van de Karite boom. De noten worden gekookt en geperst, waarna de olie tot boter, zeep en wasmiddel verwerkt wordt. En daar verdienen de vrouwen dan een extra centje mee, wat in de huishoudens goed van pas komt. Fantastich mooie omgeving die me aan de Fouta Diallon in Guinee deed denken. Mijn dag was goed.

Het weekend is ook de moeite waard geweest. Samen met twee collega’s uit Dakar ben ik in het vliegtuig gestapt om een concert in Segou bij te wonen. Het concert ‘sur la Fleuve Niger’ is inmiddels twee keer georganiseerd en groeit snel in aantal bezoekers en omzet. Er waren ook wat grote namen, van wie Habib Koite misschien nog wel het bekendst is.
Afgelopen vrijdag zijn we met de bus vanuit Bamako naar Segou gereden, wat ons enkele uurtjes heeft gekost. Aangekomen bleek de kamer in ons hotel al vergeven, maar de organisatrice van het festival, een Nederlandse dame, had al snel iets anders voor ons. Dus daar hebben we ons geinstalleerd en daarna zijn we wat rond gaan wandelen. Er was een speciale omheining om het concertgebied neergezet en we hadden een passepartout gekocht voor vrijdag, zaterdag en zondag. De dagen bestonden een beetje uit uitslapen, boekje lezen, naar het concertgebied wandelen, naar demonstraties van lokale kunst kijken en veel cultureel integreren. Op zondag hebben we nog een excursie gemaakt naar een pottebakkersdorp. Superinteressant om te zien hoe de potten gemaakt en gebakken worden in redelijk basic omstandigheden. En een prachtige boottocht en wandeling op de koop toe.
De enige minpunten van de reis waren het belachelijk lange wachten op eten in restaurants en de rit terug naar Bamako. De rit terug naar Bamako zouden we ook met de bus maken, maar we hadden de klassieke fout gemaakt om niet ‘s morgens vroeg te vertrekken. En ‘s middags bleek er dus een bus uitgevallen te zijn en gingen ze de opvolgende bussen opvullen met passagiers daarvan. En daardoor vielen wij uit de boot, terwijl mijn collega’s dezelfde avond nog hun vliegtuig moesten nemen. Na een hoop gestress hebben we uiteindelijk een taxi kunnen vinden die ons voor een smerig hoge prijs naar Bamako wilde brengen: beggars can’t be choosers. Zo kwamen we toch nog op tijd bij mijn hotel aan, hebben we wat gegeten en heb ik ze goede reis gewenst.

Nu zit ik hier met een verstopte neus en een stel ogen op steltjes nog wat berichtjes te tikken. Morgen presenteren… brr. En dan ‘s middags meteen door naar Niger waar ik hetzelfde mag gaan doen.

Maar het einde is in zicht: einde contract 15 februari en thuisvlucht op de 28e. Peter’s comes home.

0 Comments:

Post a Comment

<< Home